Ter afsluiting
Zoals in de inleiding van deze bijdrage al werd opgemerkt, is het doel van deze bijdrage het bestaande IRR-materiaal te presenteren en voor verder onderzoek toegankelijk te maken. Op basis van de ondertekeningen, zoals hierboven kort beschreven, zou bijvoorbeeld gepoogd kunnen worden meer duidelijkheid te verkrijgen over de mogelijk verschillende handen binnen de groep schilderijen die aan Pseudo Jan Wellens de Cock wordt toegeschreven.1 Hierbij kan naar specifieke aspecten worden gekeken, zoals typerende haakjes en lusjes. Ook de aard van de arceringen kan nader onder de loep worden genomen, met aandacht voor de vraag of er alleen parallelle of ook kruisarceringen voorkomen en of er horizontaal geplaatste arceringen voor de architectuur opvallen. Speciale aandacht kan uitgaan naar het dermate dicht opeen plaatsen van de arceringslijnen dat de ondergrond bijna geheel wordt afgedekt, waarbij kan worden gekeken in hoeverre dit aspect aansluit bij de werkwijze van Leidse en/of Antwerpse schilders uit de betreffende periode. Verder onderzoek naar de aanwezigheid van ogen ondertekend als (open) ovalen, die ook bij een Leidse schilder als Cornelis Engebrechtsz zijn geobserveerd, zou mogelijk de relatie met die stad kunnen verhelderen. Of en in welke mate tijdens het aanbrengen van de verflagen van de ondertekening werd afgeweken, kan inzicht bieden in verschillende benaderingen voor wat betreft het creatieve ontstaansproces. Bij de meeste van deze aspecten dient eveneens het formaat van de panelen en de grootte van de figuren in relatie tot het oppervlak in ogenschouw te worden genomen. Dat meerdere schilders, elk met hun eigen kenmerkende werkwijze, tegelijkertijd actief konden zijn in eenzelfde werkplaats maakt de kwestie nog gecompliceerder, wat wordt versterkt door het feit dat kunstenaars ook nog konden wisselen van atelier en/of stad.
Daarnaast kan aanvullend IRR-onderzoek van schilderijen uit deze groep tot verdere verdieping van inzichten leiden. Zo zou het interessant zijn om te bezien of in het Drieluik met de kruisafneming (afb. 1) te Münster een ondertekening valt waar te nemen. Omdat Filedt Kok in dit werk overeenkomsten ziet met de twee andere werken op groot formaat die hierboven werden besproken, het drieluik te Highnam en De kruisdraging in Douai (nrs. 2.3.2 en 2.3.3),2 zou het interessant zijn naar vergelijkbare aspecten in de ondertekening te zoeken.
Hopelijk vormt het beeldmateriaal en de hier gepresenteerde informatie een aanzet en uitdaging voor verder onderzoek naar deze interessante, maar moeilijk te ontwarren kluwen schilderijen toegeschreven aan Pseudo Jan Wellens de Cock.
afb. 1
omgeving van Pseudo Jan Wellens de Cock of Meester van de Kruisdraging te Douai
De Heilige Johannes de Doper met de stichter en zijn zoon (linkerluik), de kruisafneming (middenpaneel), Maria met de stichtster en haar dochters (rechterluik); op de buitenzijde van de luiken: twee engeltjes met wapenschilden, ca. 1530
Münster (stad, Duitsland), LWL - Museum für Kunst und Kultur, inv./cat.nr. 167 WKV