De problematische kunstenaar

RKD STUDIES

2.3 Voorstellingen uit het Nieuwe Testament


2.3.1

Een aan beide kanten beschilderd luikje met De besnijdenis (recto) en Maria van de Annunciatie (verso) (afb. 1) in het Rijksmuseum staat nu op naam van Pseudo Jan Wellens de Cock, maar werd eerder ook wel in de omgeving van Cornelis Engebrechtsz geplaatst.1 IRR toont een losse ondertekening (afb. 2) in krijt waarmee in De besnijdenis de vormen zijn aangeven, soms met multiple contour lines.2 Het schetsmatige karakter blijkt ook uit het her en der over elkaar heen tekenen van de lijnen, bijvoorbeeld in de mouwen van de figuren links. Tevens zien we lijnen met aan twee kanten een haak, zoals bij de scherpe plooi op de linkerarm van de priester. De ogen van de man geheel rechts zijn met open ovalen aangeduid. Op een vrij summiere wijze wordt het licht-donker modelé aangegeven met vooral parallelle arceringen van diverse lengtes en op onderling grotere of kleinere afstand.


afb. 1
atelier van Pseudo Jan Wellens de Cock of toegeschreven aan Pseudo Jan Wellens de Cock
De besnijdenis (binnenzijde van een luik); Maria (van een voorstelling met de annunciatie) (buitenzijde van een luik), ca. 1515-1525
Den Haag, Koninklijk Kabinet van Schilderijen Mauritshuis

afb. 2
IRR


Bij het uitwerken in verf komen kleine aanpassingen voor, zoals het weglaten van de kap in de hoofdtooi van de vrouw links, het plaatsen van de wijwaterkwast op en niet in de emmer of het uitstrekken van de vingers in de rechterhand van Christus.

Op de achterzijde met Maria van de Annunciatie valt weinig ondertekening te detecteren. Er zijn slechts enkele lijnen zichtbaar, al zijn de ogen wel aangeduid met open ovalen. Tijdens het schilderproces werden nog kleine correcties doorgevoerd. Zo kreeg het boek aan de linkerkant meer volume door over de onderliggende verflagen heen bladzijden toe te voegen. Tevens werd de punt van Maria’s mantel over de plint heen gedrapeerd, wat het trompe-l’oeil-effect van de geschilderde omlijsting versterkt.


2.3.2

Het relatief grote Drieluik met Ecce Homo (afb. 3) bevindt zich in een kerk te Highnam.3 Op dit werk treffen we een ondertekening (afb. 4) in twee materialen aan. In de voorgrond van alle drie panelen is een vloeibaar materiaal toegepast, mogelijk over een eerste opzet in krijt, terwijl in de achtergrond alleen krijt zichtbaar is. De figuren werden ondertekend in penseel met vrij forse, soms wat hoekige contouren die deels enigszins nerveus aandoen. De figuren op het tweede plan rechts op het linkerluik zijn daarentegen heel schetsmatig opgezet. Het licht-donker modelé is met parallelle arceringen voorbereid, die veelal schuin lopen met verschillen in lengte en spatiëring. Een enkele keer waaieren de lijnen uit. Kenmerkend is de manier waarop in de rugfiguur met de uitgestrekte arm links vooraan op het middenpaneel met korte arceringen haaks op de kaaklijn de schaduwwerking in de hals is aangeduid (vergelijk het werk in Douai, nr. III.3). Soms zijn de arceringlijnen zo breed en zo dicht op elkaar geplaatst dat het bijna wassingen lijken, bijvoorbeeld in de rechterarm van de knielende figuur op het middenpaneel onderaan rechts of het rode mutsje van Maria Magdalena op het rechterluik.

Een fenomeen dat in geen van de werken toegeschreven aan Pseudo Jan Wellens de Cock werd waargenomen, is de aanwezigheid van kleuraanduidingen voor de kleding.4 Ze komen alleen in het linkerdeel van het middenpaneel voor en het betreft:

g voor geel op het rechterbovenbeen van de man links vooraan, in verf is de kleur geel
g voor geel op de arm van de linkerarm van de man in het groepje op het tweede plan onder Pontius Pilatus, in verf is de kleur geel
m op de flap van de mantel op de rechterarm van de man vooraan in het groepje op het tweede plan onder Pontius Pilatus, in verf is de kleur rozerood
b op de mouw van de man vooraan in het groepje op het tweede plan onder Pontius Pilatus, in verf is de kleur heel donker, waarschijnlijk is het blauw.

Omdat niet alle kleuren goed doordringbaar zijn met IRR, zouden er meer aanduidingen kunnen zijn.

Over het algemeen is de ondertekening bij het aanbrengen van de verflagen vrij letterlijk nagevolgd. Op het middenpaneel is een hand op de schouder van de man geheel links vooraan niet uitgevoerd en werden de vingers van de wijzende hand van Pontius Pilatus in verf verkleind. Op het rechterluik zijn de koppen van de twee mannen links iets veranderd en zien we onderaan in het kleed van de schenkster ondertekende, hoekige vormen die niet in relatie staan tot de schildering.

De losse en schetsmatige krijtondertekening, met slechts een heel enkele gearceerde partij in de achtergrond op het middenpaneel en de luiken, vormt niet meer dan een vluchtige aanduiding van het landschap en de gebouwen. Deze kregen pas definitief vorm in de schildering. Alleen op het middenpaneel zitten in het landschap ondertekende figuurtjes, maar die bleven achterwege bij de uitvoering in verf.

afb. 3
mogelijk Pseudo Jan Wellens de Cock Meester van de Kruisdraging te Douai mogelijk Meester J. Kock
De Heilige Petrus met stichters (binnenzijde linkerluik), Ecce Homo (middenpaneel), de Heilige Maria Magdalena met stichtster (binnenzijde rechterluik), ca. 1530-1540
Highnam, Church of the Holy Innocents (Highnam)

afb. 4
IRR


2.3.3

In De kruisdraging (afb. 5) te Douai, een schilderij op een naar verhouding groot formaat, valt met IRR waar te nemen dat de voorgrondscène werd opgezet in penseel (afb. 6).5 Enkele dunne lijnen her en der, bijvoorbeeld in de niet uitgevoerde kap op het voorhoofd van Veronica, duiden er evenwel op dat een eerste opzet in krijt aan de penseelondertekening voorafging (vergelijk 2.3.2). De contouren in het vloeibare materiaal zijn dik en het materiaal oogt donker en zwaar. Ten dele golven de lijnen en ze lijken wat onrustig. Met veel arceringen, die uitsluitend parallel lopend en nooit kruisgewijs, is het licht-donker modelé voorbereid. De lengte varieert van bijna stippelachtig tot lang en soms uitwaaierend. Op sommige plaatsen zijn de arceringslijnen zigzag-achtig of verbonden met boogvormen. Deels staan ze zo dicht op elkaar dat de ondergrond bijna dicht gewassen is, zoals in de stof bij het bovenbeen van Veronica. Karakteristiek is de manier waarop verticale arceringen in enkele figuren de kaaklijn aangeven, zoals bij Christus en de beul boven hem (vergelijk 2.3.2). Opmerkelijk is het dicht gearceerde gedeelte van het landschap links van Maria’s onderlichaam.

De gebouwen en het landschap zijn in een droog materiaal, heel vlot en schetsmatig opgezet, met deels vrij uitvoerig gearceerde partijen (vergelijk 2.3.2). Het betreft een voorlopige schets, die de vormgeving aan de picturale lagen overlaat. In de boogvormige poort links is te zien hoe chaotisch en voorlopig deze partij is opgezet.

Bij het uitwerken in verf was de ondertekening leidend, op een enkele wijziging na, zoals het sterk inkorten van de stok van de meest rechtse ruiter van het groepje te paard, of het aanpassen van de blikrichting van Johannes, die in eerste instantie waarschijnlijk in de richting van Christus keek. Rechts in de achtergrond is een kruis ondertekend, maar niet uitgevoerd.

afb. 5
Meester van de Kruisdraging te Douai mogelijk Meester J. Kock
De kruisdraging, ca. 1530-1540
Douai, Musée de la Chartreuse de Douai, inv./cat.nr. 2815

afb. 6
IRR


2.3.4

Op De kruisdraging (afb. 8) te New Haven is met IRR een ondertekening (afb. 9) in krijt zichtbaar te maken, die de vormen aangeeft en waarvan de lijnen soms haakvormig uitlopen of hoekig zijn.6 Her en der is arcering gebruikt voor het aanduiden van schaduw. Het betreft alleen parallelle arcering, die kort van lijn is. Karakteristiek is de horizontaal lopende arcering in de toren links.

Bij het uitwerken van de ondertekening vonden veel veranderingen en aanpassingen plaats. Het opmerkelijkst is de opspringende hond met zijn grote krulstaart (afb. 10), die in het lege landschap onder Christus’ val onder het kruis was ondertekend, maar in de picturale lagen achterwege bleef. Filedt Kok gaf al aan dat schetsbladen in Antwerpse ateliers circuleerden en bij de schilderijenproductie als voorbeelden werden gebruikt.7 Dat dit zeker het geval was blijkt hier uit het feit dat het ondertekende hondje – in spiegelbeeld – qua vorm en plaatsing binnen de compositie overeenkomt met het dier op één van die bladen (afb. 11-12). Verder was van de grote figuur links de rode mantel in de ondertekening veel langer en een vorm in verf bij de schouder, wellicht een hoofd, doet vermoeden dat de man in zijn geheel iets lager gepland was. Bovendien bevinden twee van de kruizen op Golgotha zich in de ondertekening meer naar links. De grote boom links werd niet opgezet in krijt, maar over de verflagen van het landschap heen aangebracht. Een kleiner boompje verder naar rechts daarentegen is wel ondertekend, maar niet uitgevoerd in verf. Zoals Filedt Kok al stelde, lijken deze wijzigingen erop gericht de dieptewerking en het verloop naar de achtergrond te versterken.8

afb. 8
atelier van Pseudo Jan Wellens de Cock of Meester van de Bewening te Wenen of mogelijk Meester J. Kock
De kruisdraging, ca. 1520-1525
New Haven (Connecticut), Yale University Art Gallery, inv./cat.nr. 1871.155


afb. 9
IRR

#

afb. 10
IRR-detail


afb. 11
Meesters van het Antwerpse Schetsboek
De kruisdraging, ca. 1525-1550
Berlijn (stad, Duitsland), Kupferstichkabinett der Staatlichen Museen zu Berlin, inv./cat.nr. 79 C 2, fol. 31r

#

afb. 12
Meesters van het Antwerpse Schetsboek, De kruisdraging (detail), folia 31r uit het Antwerpse Schetsboek, Berlijn, Kupferstichkabinett – Staatlichen Museen zu Berlin


2.3.5

Van het Drieluik met de kruisiging, stichters, heiligen en de heilige Christoforus te paard (afb. 13) in het Rijksmuseum is met IRR op alle panelen van de binnen- en buitenzijden een vlotte, schetsmatige ondertekening (afb. 14) waar te nemen, die is uitgevoerd in zwart krijt.9 De voornaamste elementen in de compositie zijn heel los aangegeven met in de plooival hier en daar hoekige lijnen. Op het tweede plan is echter amper ondertekening zichtbaar te maken en mogelijk werden de figuren (ten dele) over het landschap heen geschilderd. In de landschappen is juist weer een zeer vlotte en spontane tekening te zien, die heel vluchtig en weinig gedetailleerd is.

Voor de schaduwwerking zijn met mate parallelle arceringen toegepast, die soms relatief breed gespatieerd zijn. Bij de kleding lopen de arceringen over de vormen heen en geven ze alleen een brede schaduwzone aan. Dit zien we bijvoorbeeld rechts in de mantel van Jacobus op het rechterluik en op de rug van een aantal figuren, onder andere bij Christoforus op de buitenzijden van de luiken en de zittende soldaat in de voorgrond op het middenpaneel. In het landschap op de buitenzijden van de luiken komen parallelle arceringen voor, aan beide zijden verbonden en als losse afgeronde zigzagvormen getekend. Voor de Bosch-achtige figuren op het tweede plan ontbreekt ondertekening. Ze wekken de indruk dat zij, net als de figuren op het tweede plan op de binnenzijde, over onderliggende lagen heen zijn aangebracht.

Bij het uitwerken in verf is de getekende opzet vrij nauwkeurig nagevolgd, al zien we een aantal (bescheiden) wijzigingen. In de ondertekening van de goedendag van de figuur rechts vooraan op het middenpaneel bijvoorbeeld, lijkt aan de achterzijde een vaantje te zijn gepland. Mogelijk hield dit verband met de toevoeging van het dierenskelet in de voorgrond, dat daar niet in de ondertekende opzet was voorbereid. Van de moordenaar aan Christus linkerzijde wees de rechterarm in de ondertekening omhoog, maar in verf werd dit aangepast. Verder bevond het INRI-bordje zich in krijt hoger dan de uiteindelijk geschilderde versie. Op de buitenluiken is het vaantje aan de kruisstaf die Christus vasthoudt van vorm veranderd en dit lijkt ten koste van enkele boogvormen in het landschap te zijn gegaan. Het paard van Christoforus had in de ondertekening een pluim op zijn hoofd, die niet in verf is uitgevoerd. Tevens zijn de manen van het rijdier ingekort en is de staart wat minder volumineus. Wellicht waren deze ingrepen bedoeld om de aandacht op de centrale figuren te versterken.

afb. 13
toegeschreven aan Pseudo Jan Wellens de Cock
De Heilige Petrus met stichter (binnenzijde linkerluik), de kruisiging (middenpaneel), de Heilige Jacobus de Meerdere met stichtster (binnenzijde rechterluik), ca. 1525
Amsterdam, Rijksmuseum, inv./cat.nr. SK-A-1598

afb. 14
IRR


2.3.6

Over de grote Calvarieberg (afb. 15) in het Rijksmuseum, die is gebaseerd op een tekening van Albrecht Dürer, bestaat twijfel over de plaats van ontstaan, Antwerpen of Leiden. Ook wordt verondersteld dat er meerdere handen aan hebben gewerkt.10 Het paneel toont met IRR een uitvoerige ondertekening (afb. 16) in een droog materiaal, die heel precies in fijne, scherpe lijnen de contouren aangeeft.11 Deze lijnen zijn soms wat nerveus en worden ook wel meerdere keren geplaatst, soms lopen ze uit in kleine lusjes, hoekige vormen komen echter eveneens voor. In de allerkleinste figuren in de achtergrond bij de brug zijn geen lijnen meer te onderscheiden, maar het landschap is wel voorbereid in de ondertekening. Met veel arceringen is het licht-donker modelé voorbereid, deze lopen vrijwel steeds parallel, alleen in de voorgrond is een enkele vluchtige partij met kruisarcering toegepast. De arceringen zijn waaierend of recht, vormend, lang of kort, dicht opeen of breder uit elkaar geplaatst. Zelfs in de kleine achtergrondfiguren zijn nog arceringen aangebracht.

Bij het uitwerken in verf komen geen grote wijzigingen voor, maar wel her en der correcties van de vormen. De achtergrondarchitectuur toont zich in verf verfijnder dan in de ondertekening, die niet veel meer is dan een vluchtige plaatsbepaling.12

afb. 15
Pseudo Jan Wellens de Cock
De Calvarieberg, ca. 1525-1530
Amsterdam, Rijksmuseum, inv./cat.nr. SK-A-4921

afb. 16
IRR-detail


2.3.7

De bewening (afb. 17) in Wenen is gebaseerd op het middenpaneel van het Drieluik met de bewening (afb. 18) van Cornelis Engebrechtsz te Leiden.13 Van het Weense paneel staan vier IRR-details ter beschikking, die een schetsmatige ondertekening (afb. 19) tonen, uitgevoerd in een droog materiaal.14 Daarmee zijn de contouren aangeduid, soms met hoekige lijnen voor plooival, of golvende lijnen voor andere vormen. De ogen van Maria Magdalena werden met ovalen aangegeven.

De achtergrond is heel vluchtig ondertekend en het licht-donker modelé is eveneens spaarzaam aangebracht met slechts her en der parallelle arceringen.

Rechts van het hoofd van Maria Magdalena zit een ovale vorm, waarschijnlijk behorend bij de opzet van haar hoofddeksel, die niet in verf is uitgevoerd. De figuren in de achtergrond rechts bij Golgotha lijken over de ondergrond heen te zijn aangebracht.

afb. 17
atelier van Pseudo Jan Wellens de Cock
De bewening, ca. 1520
Wenen, Kunsthistorisches Museum, inv./cat.nr. 6441


afb. 18
Cornelis Engebrechtsz
De Heiligen Cecilia en Maria Magdalena met stichtster (binnenzijde linkerluik), De bewening geflankeerd door de overige zes Smarten van Maria (middenpaneel), De Heiligen Jacobus de Meerdere en Martinus van Tours met een Augustijner monnik (binnenzijde rechterluik); De Heiligen Apollonia en Gertrudis van Nijvel (buitenzijde linkerluik), De Heiligen Agatha en Agnes (buitenzijde rechterluik), ca. 1508-1510
Leiden, Museum De Lakenhal, inv./cat.nr. S94

afb. 19
IRR-detail



Notes

1 Balm 2010C.

2 Voor dendrochronologie zie https://rkd.nl/technical/5002722.

3 Filedt Kok in Leiden 2011, p. 112-113; 231-231, cat.nr. 27.

4 Voor een overzicht van kleuraanduidingen, zie bijvoorbeeld Wolters 2011, p. 209-226; voor Lucas van Leyden, zie Filedt Kok in Leiden 2011, p. 92.

5 Filedt Kok in Leiden 2011, p. 112-113; 231, cat.nr. 26.

6 Filedt Kok in Leiden 2011, p. 114; 229, cat.nr. 24 en noot 5.

7 Filedt Kok in Leiden 2011, p. 116; 229, cat.nr. 24; zie ook Laemers hierboven.

8 Filedt Kok in Leiden 2011, p. 229 (noot 5).

9 Filedt Kok in Leiden 2011, p. 227-228, cat.nr. 23, met korte beschrijving van de ondertekening op p. 228, onder verwijzing naar Balm 2010A. Voor dendrochronologie zie https://rkd.nl/technical/5002699.

10 Filedt Kok in Leiden 2011, p. 113-114; 229-230, cat.nrs. 25.a en 25.b.

11 Voor een korte beschrijving van de ondertekening en wijzigingen bij het uitwerken in verf, zie Balm 2010B. Voor dendrochronologie zie https://rkd.nl/technical/5002492.

12 Zie ook Balm 2010B.

13 Filedt Kok in Leiden 2011, p. 115-117.

14 Voor dendrochronologie zie https://rkd.nl/technical/5008368.