2.1 Heiligen in een landschap
2.1.1
Op De heilige Christoforus met het Christuskind (afb. 1) in het Rijksmuseum is een ondertekening (afb. 2) in krijt waar te nemen.1 Behoudens een tweetal werken op groot formaat, Drieluik met Ecce Homo en De kruisdraging te Douai, die in een combinatie van een vloeibaar én een droog medium zijn ondertekend (zie 2.3.2 en 2.3.3), geldt voor alle overige schilderijen toegeschreven aan Pseudo Jan Wellens de Cock dat er een duidelijke ondertekening in krijt zichtbaar te maken is.
Vergeleken met andere werken die hier worden beschreven, valt op dat de ondertekening in De heilige Christoforus met het Christuskind vrij summier is.2 De figuren werden met lijnen aangegeven en in het landschap op voor- en achtergrond zien we alleen vluchtige aanduidingen. In de kleding van de hoofdfiguren zijn een paar schaduwpartijen met parallelle kortere en langere lijnen gearceerd. Deze lopen ten dele over de plooilijnen heen. Enkele vormende arceringen geven her en der de ronding van de anatomie aan. Voor de kleine figuurtjes in de achtergrond is amper ondertekening waar te nemen.
Bij het uitwerken van de ondertekening in verf vallen geen noemenswaardige wijzigingen op. Mogelijk is de ladder rechts in de achtergrond iets verschoven en werden de boten links (ten dele) over de ondergrond heen aangebracht.
afb. 1
Pseudo Jan Wellens de Cock
De Heilige Christoforus met het Christuskind, ca. 1520-1525
Amsterdam, Rijksmuseum, inv./cat.nr. inv.nr. SK-C-1840
afb. 2
IRR
2.1.2
Op De heilige Christoforus met het Christuskind (afb. 3) uit een particuliere collectie schemert de ondertekening door de verflagen heen.3 Op basis daarvan beschreef Filedt Kok al de eerste kenmerken, die hier met behulp van de IRR-opname verder kunnen worden aangevuld.4 Er is een uitgebreide ondertekening (afb. 4) in krijt zichtbaar die in de contouren, plooilijnen en het landschap los en vlot is. In de kleding zitten hoekige vormen en golvende lijnen. De kleding van Christoforus is sterk gearceerd, waarbij de arceringen strakker en preciezer lijken dan de plooi- en contourlijnen. Het betreft een heel scala aan vormen, parallel en kruisgewijs geplaatst. Er komen korte arceringen voor die haaks op de plooilijnen staan om diepe plooidalen aan te geven. Ook zijn er arceringen die over meerdere plooilijnen heen lopen en een heel schaduwgebied voorbereiden. Op de linkerkuit van Christoforus zijn de lijnen zo dicht op elkaar geplaatst dat ze de ondergrond bijna helemaal afdekken. Vormende parallelle arcering wordt gebruikt om rondingen in de anatomie aan te duiden, bijvoorbeeld op het rechterscheenbeen. In de vegetatie links in de voorgrond zijn de arceringen losser en deels met elkaar verbonden. Bij de grotere gebouwen in de achtergrond vinden we horizontale parallelle arceringen.
Bij het uitwerken in verf zijn vormen nog gecorrigeerd, zoals de stofpunten van de opwaaiende mantel links vooraan, de rechterarm van Christus die in de ondertekening omhoog gestrekt was of het oor van Christoforus dat in verf lager is geplaatst. Het landschap kreeg vooral in de verflagen de uiteindelijke vorm en het paleis links werd nog aangepast.
afb. 3
mogelijk atelier van Pseudo Jan Wellens de Cock
De Heilige Christoforus met het Christuskind, ca. 1530
Private collection
afb. 4
IRR
2.1.3
In 2017 werd bij Christie’s New York De heilige Christoforus met het Christuskind (afb. 5) geveild. Van het paneel staat IRR-materiaal ter beschikking dat een uitgebreide ondertekening (afb. 6) laat zien. Afgezien van een enkele golvende lijn, ogen de lijnen waarmee de hoofdfiguren zijn aangegeven vrij strak. Mogelijk is dit laatste terug te voeren op het gebruik van een doorgegriffeld karton of een nagetrokken eerste opzet.5 Kenmerkende haaltjes of hoekige vormen die in sommige andere werken uit de groep voorkomen, ontbreken hier. Verschillende arceringstypen werden toegepast om het licht-donker modelé aan te geven. De rode mantel is met verhoudingsgewijs weinig parallelle arceringen voorbereid; IRR kan de donkere delen echter niet doordringen. Andere partijen vertonen een uitgebreidere voorbereiding en vooral in de opwaaiende doek achter Christus werd de plooival met parallelle arceringen uitgewerkt. Opvallend dikke arceringslijnen dienden om de schaduw op Christoforus’ neusbrug en jukbeen aan te duiden. In de kluizenaar links is weinig ondertekening waar te nemen. De bootjes op het water en de achtergrond zijn vlotter ondertekend, en schuine en horizontale parallelle arceringen geven schaduw in de gebouwen aan. In de rotspartij erachter zijn de arceringen heel los, boogvormig verbonden en bijna zigzag-achtig.
Bij het uitwerken in verf is de ondertekening in de figuren vrij nauwkeurig gevolgd, behalve bij het Christuskind, wiens hoofd in de ondertekening meer achterover was gepland; in het kruis dat zich verder naar rechts bevond; of in de bovenkant van de stok van Christoforus die meer naar links was ondertekend. De puntige bladeren op de oever onder de heilige zijn in verf omvangrijker in aantal en vorm geworden en lopen ten dele over Christoforus’ mantel heen. Een kleine verschuiving ten opzichte van de ondertekening vond plaats in de reiger links. Minder dwingend werd de voorbereidende tekening in de bootjes opgevat, waar nog correcties en verschuivingen plaatsvonden. De vluchtige ondertekening van de rotsen met gebouwen, met name de burcht bovenop de berg, kreeg de uiteindelijke vorm in verf. Dit geldt in mindere mate voor de architectuur aan de voet van de rotspartij.
afb. 5
omgeving van Pseudo Jan Wellens de Cock
De Heilige Christoforus met het Christuskind, ca. 1530
Private collection
afb. 6
IRR
2.1.4
Van De heilige Hieronymus (afb. 7) in Keulen werden slechts enkele gedeeltes met IRR opgenomen. Vooral de kleding van de heilige toont een duidelijke ondertekening (afb. 8) in krijt en de lijnen zijn nogal strak, al lijken enkele plooien wat losser aangeduid. Het licht-donker modelé in de heilige is vrij eenvoudig gearceerd met parallelle lijnen. De arceringen zijn enigszins verschillend van lengte, waaieren een enkele keer uit en vormen het scheenbeen van Hiëronymus met wat rondere vormen. In de figuren en dieren in de achtergrond komen enkele lijnen voor en in de rotspartij boven Hieronymus zijn ook arceringen zichtbaar die schuin-horizontaal lopen.
De ondertekening vormde een duidelijke leidraad voor de schildering, want veranderingen tijdens het aanbrengen van de picturale lagen bleven achterwege.
afb. 7
Pseudo Jan Wellens de Cock
De Heilige Hieronymus, ca. 1520-1530
Keulen, Museum für Angewandte Kunst, inv./cat.nr. KGM 1072
afb. 8
IRR-detail
2.1.5a
Van De heiligen Antonius en Paulus in de wildernis (afb. 9) in Wenen is de scène met de beide heiligen op minuscuul formaat terug te vinden aan de linkerbeeldrand van een prent (afb. 10) door Pseudo Jan Wellens de Cock.6 Tevens komen er geschilderde herhalingen van de compositie voor, waarvan er nog een ter sprake zal komen (I.5b).7
Het schilderij laat een heel vlotte, uitgebreide ondertekening (afb. 11) in krijt zien.8 De contourlijnen waarmee de heiligen zijn aangeduid, lijken wat mechanisch, mogelijk zijn ze aangebracht met behulp van een nagetrokken karton.9 Het binnenwerk is echter los getekend en heeft kenmerkende open rechthoekjes en haakvormen. Met een scala aan verschillende arceringsvormen is modellering aangegeven. De arceringen variëren van kort tot lang, vormend tot recht, zijn soms verbonden, maar nooit kruisgewijs geplaatst. In diepe schaduwen staan de arceringen soms zo dicht opeen dat de ondergrond vrijwel geheel is afgedekt. Landschapsvormen en vegetatie zijn snel neergezet, zonder bepalend te zijn voor de schildering.
Bij het uitwerken in verf ontstonden enkele aanpassingen. Zo is de rechtervleugel van de raaf verkleind en de kop iets verplaatst. Op de knie van Antonius is een snoer van ronde vormen zichtbaar, mogelijk een niet in verf uitgevoerde rozenkrans, die vervangen werd door een stok.
afb. 9
atelier van Pseudo Jan Wellens de Cock
De Heilige Antonius en Paulus in de wildernis, in of voor 1522
Wenen, particuliere collectie Liechtenstein - The Princely Collections, inv./cat.nr. GE00710
afb. 10
Anoniem 1522 gedateerd naar Pseudo Jan Wellens de Cock
De verzoeking van de Heilige Antonius, 1522 gedateerd
Amsterdam, Rijksprentenkabinet, inv./cat.nr. RP-P-OB-2242
afb. 11
IRR
2.1.5b
In Warschau bevindt zich een andere versie van De heiligen Antonius en Paulus in de wildernis (afb. 12) te Wenen (2.1.5a). Met IRR is daar een ondertekening (afb. 13) zichtbaar te maken die overduidelijk is nagetrokken, waarschijnlijk over pouncingpunten heen.10 Aan deze voorstelling heeft dus vrijwel zeker een karton ten grondslag gelegen. De versie in Warschau is iets minder gedetailleerd dan die in Wenen. Zo is op de Weense versie het brood fraai uitgewerkt met een inkeping rechts, terwijl het in de ondertekening van de herhaling in Warschau is verworden tot een saaie ovaal. Verder is de raaf afgebeeld met een kortere linkervleugel en ook de (vermoedelijke) rozenkrans ontbreekt. Aangezien deze elementen in de versie te Wenen waren aangepast tijdens het creatieve proces, kan met zekerheid worden geconcludeerd dat Warschau het oppervlak van Wenen herhaalt en niet is gebaseerd op de ondertekening ervan of een daaraan nog voorafgaand ontwerp.
afb. 12
naar Pseudo Jan Wellens de Cock
De Heilige Antonius en Paulus in de wildernis, na ca. 1522
Warschau, Muzeum Narodowe w Warszawie, inv./cat.nr. M.OB.820
afb. 13
IRR-detail
2.1.6
In de kleine tondo met De verzoeking van de heilige Antonius (afb. 14) te Dresden is een heel uitgewerkte ondertekening (afb. 15) in krijt zichtbaar, die vooral de plooival in de kleding van beide figuren minutieus voorbereidt. Plooilijnen tonen een enkele keer kleine lusjes of haakjes. De veelal parallelle arceringen verschillen van lengte en zijn soms recht, soms vormend en lopen in verschillende richtingen. Onder de linkerarm van de heilige zit een kleine partij met kruisarceringen. Bij de vrouw zijn donkere gedeeltes in de kleding rechts zo dicht opeen gearceerd dat de ondergrond vrijwel geheel wordt afgedekt. Het landschap is vlot en zwierig voorbereid, en is niet strikt bepalend voor de verflagen. Karakteristiek zijn de horizontale arceringen op verticale architectonische vormen. Grote wijzingen vallen niet te observeren.
afb. 14
Pseudo Jan Wellens de Cock
De verzoeking van de Heilige Antonius, ca. 1510-1520
Dresden, Staatliche Kunstsammlungen Dresden - Gemäldegalerie Alte Meister, inv./cat.nr. 843
afb. 15
IRR
2.1.7
Van De verzoeking van de heilige Antonius (afb. 16) te Esztergom staat een detail links in de voorstelling ter beschikking.11 Dit toont een ondertekening (afb. 17) die alleen uit lijnen bestaat, waarschijnlijk uitgevoerd in krijt. Arcering is vrijwel afwezig.
Er zijn nogal wat wijzigingen zichtbaar. Bij de jonge duivelin bijvoorbeeld waren in de ondertekening borst, navel en kruis duidelijker aangegeven. Het konijnachtige monstertje links vooraan had in eerste instantie kortere oren en in het landschap daar direct boven was nog een vorm voorbereid die niet in verf werd omgezet. Mogelijk hangt het weglaten daarvan samen met het aanzienlijk verlengen van de oren van het wezentje aan de linkerbeeldrand.
afb. 16
atelier van Pseudo Jan Wellens de Cock
De verzoeking van de Heilige Antonius, ca. 1530
Esztergom, Museum voor Christelijke Kunst (Esztergom), inv./cat.nr. 55.474
afb. 17
IRR-detail
Notes
1 Filedt Kok in Leiden 2011, p. 109, 110; 225-226, cat.nr. 20. Voor dendrochronologie zie https://rkd.nl/technical/5006492. Het materiaal is niet geanalyseerd, maar op basis van visuele waarnemingen lijkt zwart krijt het meest waarschijnlijk. Voor informatie over het identificeren van materiaal waarin een ondertekening is uitgevoerd, zie Kirby/Roy/Spring 2002-2003. Het materiaal dat optisch als droog overkomt, zal hier als zwart krijt worden aangeduid.
2 Voor dendrochronologie zie https://rkd.nl/technical/5006492.
3 Filedt Kok in Leiden 2011, p. 110-111; 226, cat.nr. 2.
4 Filedt Kok in Leiden 2011, p. 226 (noot 1).
5 Zie voor het gebruik van een karton, zie bijvoorbeeld Dijkstra 1990, p. 69-74; Kirsch 2004.
6 Filedt Kok in Leiden 2011, p. 111; 227, cat.nr. 22.
7 Filedt Kok in Leiden 2011, p. 227 (voor de verschillende versies zie noot 3).
8 Filedt Kok in Leiden 2011, p. 227 (noot 1), wijst al op de schetsmatige ondertekening in zwart krijt. Voor dendrochronologie zie https://rkd.nl/technical/5007459.
9 Voor de werkwijze bij het gebruik van kartons zie bijvoorbeeld Dijkstra 1990, p. 69-74; Kirsch 2004.
10 Pouncing- of ponsiefpunten werden doorgaans overgebracht op het geprepareerde paneel door houtskoolpoeder door de gaatjes van een doorgeprikt karton te kloppen. Voor (diverse methoden van) kartongebruik, zie bijvoorbeeld Dijkstra 1990, p. 69-74; Kirsch 2004.
11 https://www.keresztenymuzeum.hu/collections.php?mode=work&wid=43&page=0&vt= .