De problematische kunstenaar

RKD STUDIES

1.1 Inleiding


In 1915 schreef de Duitse kunsthistoricus Max J. Friedländer een klein schilderij met De heilige Christoforus met het Christuskind (afb. 1), destijds in bezit van professor Von Bissing in München (thans Rijksmuseum, Amsterdam), toe aan Jan de Cock, die ook Jan Wellens de Cock werd genoemd.1 De toeschrijving van dit toentertijd recent ontdekte werk markeerde de ‘geboorte’ van een nieuwe kunstenaar. Een handvol documenten en de behoefte om ordening aan te brengen in een groot aantal anonieme, maar stilistisch verwante schilderijen die te dateren zijn vanaf omstreeks 1520, leidde ertoe dat een steeds omvangrijker oeuvre rondom deze kunstenaarsnaam werd samengebracht. Maar gaandeweg ontstond er ook discussie over de vraag of het bijeengebrachte oeuvre wel op naam gesteld kon worden van één enkele schilder, en zo ja, of de plaats van ontstaan dan Leiden of Antwerpen betrof. In dit essay wordt in kort bestek een overzicht gepresenteerd van de (belangrijkste) opeenvolgende hypothesen over deze door Friedländer voorgestelde kunstenaar. Dit doen we zonder daarbij stelling te nemen en tot een eindoordeel te komen.2 Het doel is om te illustreren hoe de interpretatie van het bewaard gebleven materiaal in ruim honderd jaar tot verschillende inzichten heeft geleid.

afb. 1
Pseudo Jan Wellens de Cock
De Heilige Christoforus met het Christuskind, ca. 1520-1525
Amsterdam, Rijksmuseum, inv./cat.nr. inv.nr. SK-C-1840


Notes

1 Friedländer 1915, p. 88. Het schilderij bevindt zich sinds 2023 als bruikleen in het Rijksmuseum, Amsterdam als Meester J. Kock.

2 Voor een historiografisch overzicht zie bijvoorbeeld ook De Vrij 2009, p. 7-33. Zie verder ook Filedt Kok in Leiden 2011, p. 108-109, en het catalogusdeel op p. 224-229, 232-234, cat.nrs. 19-23, 25a, 28, 29.3, waar achter de opgesomde literatuur telkens tussen haakjes de toeschrijving wordt vermeld.