1.2 De heilige Christoforus uit de collectie Von Bissing
Maar eerst terug naar het begin. Het discours over Jan Wellens de Cock begon in 1912, toen Ludwig Burchard en Ludwig Baldass De heilige Christoforus met het Christuskind beschouwden als het enige bewaard gebleven schilderij van Hieronymus Cock (1517/18-1570).1 Deze Antwerpse meester was de zoon van Jan Wellens de Cock en de broer van de landschapschilder en tekenaar Matthijs Cock (1509/10-1548). Hieronymus Cock staat bekend als prentmaker en vooral als vooraanstaand prentuitgever; in 1548 begon hij samen met zijn echtgenote Volcxken Diericx (1514-1600) de prentuitgeverij Aux Quatre Vents.2 Het paneel met De heilige Christoforus schilderde Hieronymus Cock volgens Burchard en Baldass aan het begin van zijn loopbaan.3 De toeschrijving was gebaseerd op het bestaan van een prent (in spiegelbeeld) naar het schilderij, die rechtsonder is voorzien van het opschrift ‘pictum J. Kock’ (afb. 1-2).4 Omdat Hieronymus Cock enkele andere prenten signeerde met ‘H. Cock pictor’, namen zij aan dat J. Kock vereenzelvigd kon worden met Hieronymus Cock.
De suggestie van Burchard en Baldass werd door Max Friedländer resoluut van de hand gewezen. Eerst in 1915, in een bijdrage over de Antwerpse Maniëristen, en uitgebreider in 1918.5 Niet alleen omdat hij het onlogisch vond dat in een Latijns opschrift in plaats van de ‘H’ van Hieronymus de ‘J’ van Jeronimus (of Jeroom) zou zijn gebruikt, maar vooral omdat de stijlkenmerken van het schilderij met De heilige Christoforus een ontstaansdatum deden vermoeden ruim voor 1545, het jaar waarin Hieronymus Cock toetrad tot het Antwerpse Sint-Lucasgilde.6 Volgens Friedländer zou het veel aannemelijker zijn om de schilder een generatie eerder te zoeken. Op basis van het opschrift op de prent, de stijlkenmerken van het schilderij en een aantal archiefvermeldingen kwam Friedländer tot de slotsom dat De heilige Christoforus was geschilderd door Jan de Cock, vader van Hieronymus en Matthijs.7 De spaarzame gegevens waarop Friedländers hypothese was gebaseerd, lokte in de daaropvolgende decennia een kettingreactie van andere zienswijzen uit, waarbij de identiteit van Jan Wellens de Cock en zijn herkomst de inzet van het debat vormden. Het meest recent in 2011, toen het oeuvre van Jan de Cock op naam werd gesteld van Meester J. Kock.8
afb. 1
Anoniem Antwerp (city) 16de eeuw naar Pseudo Jan Wellens de Cock
De Heilige Christoforus met het Christuskind, 16de eeuw
Amsterdam, Rijksprentenkabinet, inv./cat.nr. RP-P-1963-630
afb. 2
Het opschrift ‘pictum J. Kock’, rechtsonder op de prent
Notes
1 Burchard 1912. Zie ook Friedländer 1915, p. 88 alwaar wordt vermeld dat de toeschrijving ook van Baldass afkomstig was.
2 Zie over Hieronymus Cock Leuven/Parijs 2013.
3 Dit is in overeenstemming met de mededeling van Van den Branden dat Hieronymus Cock zijn loopbaan als landschapschilder was begonnen; Van den Branden 1883, p. 290.
4 De prent dateert uit het midden van de zestiende eeuw, zie het exemplaar in het Rijksmuseum (Amsterdam) (https://id.rijksmuseum.nl/200301647). Er bestaat ook een zeventiende-eeuwse uitgave met het adres van de Amsterdamse prentuitgever Cornelis Dankerts (‘C. Dankerts exc.’); Dutch Hollstein, dl. III (1950), p. 134; Dutch Hollstein, dl. IV (1951), p. 193.
5 Friedländer 1915, p. 88; Friedländer 1918.
6 Hieronymus Cock werd als ‘scilder’ en ‘meesterssone’ opgenomen in het Antwerpse Sint-Lucasgilde in oktober 1546; Van der Stock in Leuven/Parijs 2013, p. 17, 20 (noot 27).
7 Friedländer 1915, p. 88; Friedländer 1918, i.h.b. p. 67-68, 74. Zie ook Friedländer 1914-1915. Zie over Matthijs Cock ook Van Mander 1604, fol. 232r en D’haene 2012.
8 Filedt Kok in Leiden 2011, p. 108-118.